Skip to content

De-medicaliseren is dom

november 3, 2013

De-medicaliseren is dom
Demedicaliseren
Op een politieke bijeenkomst hoorde ik weer eens het rare argument dat het beroep op de Jeugdzorg te groot is geworden omdat er teveel kinderen een pilletje tegen ADHD krijgen. Politici denken dan dat het vaak ook aan de ouders ligt en dat dit pilletje eigenlijk niet nodig is. Daarom moet er minder gemedicaliseerd worden en meer opgevoed.

Dit is best wel een ongenuanceerde en nare opmerking als je als ouder je betere best doet om het beste uit je kind te krijgen en dit pilletje substantieel bijdraagt aan het welzijn en vaardigheden van je kind. Dit argument wordt in veel stukken over de decentralisatie aangehaald. Politici gaan er vanzelf in geloven dat het een belangrijk statement is, omdat het steeds maar weer in de nota’s aangehaald wordt.
Mijn advies is gebruik dit argument niet als je het niet helemaal uit kan leggen of niet snel in de juiste context kan plaatsen. De context is o.a. dat jeugdbeleid een thema is waarmee betere resultaten behaald worden met preventieve opvoedingsondersteuning. Dit is juist, maar medicatie wordt door artsen voorgeschreven en niet door de politici.

Ik schrijf dit blog niet alleen als ouder van een pillenslikkend kind maar ook als beleidsadviseur in de Zorg en Welzijnsector.

Integraal advies loont
Mijn visie is dat de medische sector snel en integraal betrokken moeten worden bij het stellen van een diagnose. Indien kinderen een stoornis hebben is het belangrijk te weten om welke stoornis het gaat en hoe men er mee om moet gaan. ADHD en maar ook bijvoorbeeld autisme hebben vele verschijningsvormen en leggen een grote druk op het gezin en de omgeving. Er is veel onbekendheid nog ook onder zorggeneralisten, bij de leraren op school, en bij de mantelzorgers. Je kan de mantelzorgers, i.c. de ouders, het niet alleen laten uitzoeken onder het motto de eigen kracht of de participatie. Autisme en ADHD zijn te ingewikkeld en te complex om iedereen het maar zelf uit te laten zoeken. Het koste mij bijvoorbeeld een paar jaar om van gewone jonge ouder tot “permanent pedagoog” opgeleid te worden. En dit gebeurt pas als je als ouder bewust raakt van de noodzaak en dat het niet vanzelf goed komt.

Snelle en integrale (medische) diagnose is preventie in de toekomst
We moeten de argumentatie dus omdraaien. Een integrale sociaal maatschappelijke probleemanalyse en zonodig een medische diagnose (dit is niet hetzelfde als een indicatie met recht op zorg) en wel zo snel mogelijk, zodat er in de toekomst de voorwaarden kunnen worden geschapen voor een zo probleemloos mogelijk leven!

Preventie Jeugdzorg
De decentralisatie gaat ervan uit dat er pas een recht op zorg ontstaat als daar noodzaak toe is. Hierbij is preventie ook belangrijk ivm voorkomen van kosten. In het geval van een goede medische en sociaal-maatschappelijke diagnose kunnen veel grotere problemen voorkomen worden.
Met name bij chronische stoornissen zullen de medisch gerelateerde problemen niet vanzelf weg gaan. Er kunnen nieuwe uitdagingen ontstaan gedurende in elke levensfase. En juist een goede begeleiding en voorlichting van ouders en kinderen in de beginfase kan preventief uitwerken. De uitdaging voor gemeenten is bijvoorbeeld het voorkomen dat de gesloten Jeugdinrichtingen vol zitten met jongeren die mogelijk te laat een medische diagnose en bijbehorende zorg /begeleiding hebben gehad. Ze zijn bijv. licht verstandelijk beperkt en of hebben vormen van ADHD/ASS).

Uitdaging interdisciplinaire samenwerking

De uitdaging voor de gemeenten is ervoor zorgen dat de samenwerking tussen verschillende disciplines optimaal verloopt en er geen dubbel werk wordt verricht. De diagnose is belangrijk, maar nog belangrijker is een goede analyse van de acute problemen t.o.v. de lange termijnzorg of ondersteuningsbehoefte. Het is goed dat de JeugdGGZ dicht bij de gemeente gaat zitten en samenwerkt met de acute probleemoplossers. Voor beide partijen is dit erg nieuw.
De roep om demedicalisering gaat nog uit van de gedachte dat er een onderscheid is tussen het medische traject en de opvoedondersteuning, terwijl het gaat om de integrale benadering en zorg op maat.

Opnieuw netwerken in de Jeugdzorg

februari 20, 2013
tags:

Opnieuw netwerken in de Jeugdzorg !

Mijn bedrijfsactiviteiten beginnen nu pas echt. Ik heb vandaag een geslaagd netwerkgesprek gehad met een collega van Bureau Jeugdzorg. Deze collega heeft me haarfijn uitgelegd waarom een goede diagnose zo belangrijk is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten problematieken in de Jeugdzorg:
– kinderen (en/ of ouders) met opvoed & gedragsproblemen,
– kinderen (en/ of ouders) met een medische stoornis zoals autisme en
– kinderen (en/ of ouders) met een verstandelijke beperking.

Eén gezin één plan betekent niet één probleem!
Gemeenten willen werk maken van een goede hulpverlening en deze hulpverlening goedkoper en efficiënter maken. Ze maken alleen soms de fout de drie verschillende problematieken op een hoop te gooien. Trend is dat er minder gemedicaliseerd moet worden, minder gepraat en meer actie moet worden ondernomen.
Echter elke problematiek heeft een eigen aanpak en wisselwerking met de sociale omgeving. Dus is het op één hoop gooien van de problematiek wel zo goed? Moeten we niet de problematiek ontrafelen en stapsgewijs aanpakken? Eén gezin één plan betekent niet één probleem, één aanpak!

Een goede diagnose is op lange termijn goedkoper…
Ik onderschrijf de stelling van mijn collega dat een juiste medische diagnose noodzakelijk is om het probleem echt op te lossen. Een goede diagnose geeft namelijk aan welke problemen er in de toekomst nog kunnen optreden. In elke levensfase kan de stoornis, de gedragingen of het lage IQ andere gevolgen hebben op het sociale functioneren. En een diagnose vaststellen:

– kan inzicht geven bij de mensen zelf op wat er nog komen kan;   

 – kan zorgen voor meer begrip en aanpassingsvermogen binnen het sociale netwerk.

..mits aanpak ervan aansluit bij de toekomstperpectief en het sociale netwerk
Gemeenten hebben mijns inziens dus baat bij een goede diagnose, maar er moet wel wat mee gedaan worden. De kennis van de diagnose en aanpak moet ingebed zijn in het sociale leven van de mensen. De aanpak van de gevolgen van het probleem in het dagelijkse leven is de echte uitdaging van de gemeenten. Niemand heeft wat aan alleen maar een diagnose. De actie, die gericht op het aanpakken van de acute problemen, zoals de rommel in het huis opruimen is goed. Maar als de overlast naar het oordeel van de gemeente verminderd is, moet de burger het perspectief hebben hoe het nou verder moet in de toekomst. Zijn echt alle problemen opgelost?

Dus er moeten acties ondernomen worden die de zelfredzaamheid van het kind enhet  gezin bevorderen en in de toekomst grotere problemen voorkomt. Ik denk dan aan passend onderwijs/ werk/ vrije tijd, en een perspectief op een beter welbevinden of gezondheid. En dat is nu precies waar de transities voor bedoeld zijn om problemen in de toekomst te voorkomen.

Nieuwe netwerken
De transities zorgen voor nieuwe netwerken. Ik bedoel daarmee dat er op meerdere niveaus netwerken ontstaan die met elkaar in contact moeten staan. Professionele netwerken op thema  en of  expertise, individuele netwerken en bijvoorbeeld een netwerk van vrijwilligers in de wijk.
1. Het kind of gezin is gebaat met een sociaal netwerk, een vangnet en / of aangepaste ondersteuning bij zwaardere zorgbehoefte.

2. De gemeenten heeft meerdere verschillende netwerken nodig
– voor het diagnosticeren en ontrafelen van de problematiek
– voor het opzetten en uitvoeren van de acute probleemoplossing
– voor het opzetten van acties die de zelfredzaamheid bevorderen van het kind / gezin.

En ik? Ik deel mijn netwerk en mijn kennis met jullie! Want ZZP’er zijn begint met het activeren van nieuwe netwerken.

Lidwien van Langen
(Specialist gemeentelijke verordeningen, werkprocessen en consultatie van professionele netwerken en stakeholders).

Controleren, maar niet wachten!

december 31, 2012

Mijn interesse in de relatie van voeding op de gezondheid is groot. Elke moeder, en niet alleen die van een ADHD of ASS kind, weet dat je van suiker en E-nummers druk wordt en dat je van chocola en varkensvlees pukkeltjes krijgt. Als de aard van de voeding niet belangrijk was voor de gezondheid van mensen, hadden we geen nationale instanties die de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van voedingsstoffen bepalen en was de schijf van vijf nooit uitgevonden. Er zijn grote belangen mee gemoeid. Maar toch lijkt de wetenschap geen vat krijgen op de relatie voeding-gezondheid.
In een artikel in de Volkskrant van zaterdag 29 december, plaatsen enkele wetenschappers kanttekeningen bij het onderzoek dat gedaan is door Lidy Pelsser waarin een verband aannemelijk werd gemaakt tussen bepaalde voedingsstoffen en de mate waarin kinderen met ADHD verwante stoornissen daar last van hebben en waarop een methode is gebaseerd om uit te vinden welke voedingsmiddelen bij welke kinderen een verstorend effect hebben op het gedrag.
De vraag kan gesteld worden of deze `wetenschappelijke kanttekeningen´ in de praktijk hout snijden. Op mij komen ze eerder over als flauwe, overkritische opmerkingen, die weinig recht doen aan de vraag naar werkzame oplossingen bij diverse klachten .
1. Het zou te ver gaan om een gehele therapie aan haar onderzoek op te hangen , voordat de methode verder onderzocht is.
Ouders schreeuwen om een oplossing voor ADHD-kinderen, en als een methode volgens de ouders ertoe leidt dat hun kinderen minder druk en overspannen worden en het volgens de betrokken onderzoekers werkt, waarom zou je dan niet bij meer kinderen proberen om hetzelfde positieve resultaat te bereiken. Als we op de wetenschappers moeten wachten totdat precies volgens de door hen vastgestelde methode is vastgesteld dat het werkt en waarom het werkt en hoe het werkt, dan is het wachten het echt tot sint juttemis, zeker als er geen wijd verbreide acceptatie is van de resultaten en onderzoeksmethoden onder de wetenschappers. Gelukkig vind het Nederla nds Jeugdinstituut de therapie wel bewezen effectief, blijkbaar een meer praktisch ingestelde organisatie. Misschien is het beter om nu uit te gaan van de positieve ervaringen van de ouders en ligt de bewijslast nu bij degenen die denken dat het niet werkt.
2. Het onderzoek had geen betrouwbare controle groep.
Volgens de critici had er een betrouwbare controlegroep moeten zijn, waarmee werd bedoeld dat de ouders van de groep die de methode niet volgde, moest denken dat het dat wel deed. Dit lijkt me echt heel lastig om dit te realiseren als je een dieet wil testen. Hoe doe je dit? Als je de werkzaamheid van een pil wil testen, kun je een controlegroep een pil geven die er hetzelfde uitziet als het origineel, maar dan niet de werkzame stof bevat. Maar hoe kun je mensen laten geloven dat ze zich onthouden van de aangegeven voedingsstoffen en ze die toch laten eten Lijkt me onmogelijk. De controle bij deze methode zit er juist in door per kind proefondervindelijk te kijken welke voedingsmiddelen welke effecten hebben. En per kind komt er een ander resultaat uit. De kritische wetenschappers zijn op zoek naar de grote gemene deler met een zelfde oorzaak. En dit onderzoek laat zien dat dit gedrag bij iedereen door een andere al dan niet voedsel gerelateerde oorzaak getriggerd kan worden.
3. De stelling dat je een therapie niet mag vermarkten zolang er nog discussie is over de effectiviteit.
Ook dan kunnen we lang wachten. De belangen zijn vaak groot en als de inzichten niet als interessant of economisch nuttig worden onderschreven , gebeurt er niets. Juist de therapie wel vermarkten laat zien wat met dergelijk onderzoek gewonnen kan worden en dat kan verder onderzoek stimuleren.
4. Verder wordt gesteld dat er geen internationaal onderzoek wordt gedaan naar deze methode.
Wellicht is dit niet gedaan op dit specifieke onderzoek voor ADHD en voedsel. Echter de Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft traditionele geneeskunde zoals o.a. Ayurvedische geneeskunst opgenomen in hun beleidsplannen omdat dit positieve effecten heeft en soms de enige geneeskunst is die breed toegankelijk in de Aziatische en Afrikaanse landen. Hierin worden kruiden en specifieke diëten aanbevolen (of juist afgeraden) om beter in balans te komen, gezonder te worden en daarmee ziekten en kwalen van lichamelijke en geestelijke aard te helpen bestrijden. Misschien moet eens bij universiteiten worden geïnformeerd die zich bezig houden met de effectiviteit van traditionele geneeskunst. Dat zal wellicht geen onderzoek met onmogelijke controle-groep-eisen opleveren, maar wel inzicht geven in eeuwenlang onderzoek naar de relatie tussen voeding en gedrag en ziekten

De rol van vrouwen en mannen in managementposities

januari 17, 2011

Deze blog gaat over het boek “Op de ladder door het glazen plafond” van Silke Foth. Het is een boek met een wat ”antropologische visie” hoe mannen zich gedragen in organisaties en hoe zij met macht omgaan. Lees verder…

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.